De of het oproepplanning?
De oproepplanning
Is het de of het oproepplanning
In de Nederlandse taal gebruiken wij de oproepplanning.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: call planning
Jou of jouw: jouw oproepplanning
Buigings-e:
Mooi of mooie oproepplanning
Groot of grote oproepplanning
Half of halve oproepplanning
Grappig of grappige oproepplanning
Leeg of lege oproepplanning
leuk of leuke oproepplanning
Vet of vette oproepplanning
Snel of snelle oproepplanning
Wit of witte oproepplanning
Klein of kleine oproepplanning
Rood of rode oproepplanning
Dik of dikke oproepplanning
Oud of oude oproepplanning
Goed of goede oproepplanning
Wat rijmt er op oproepplanning
Elk of elke: Elke oproepplanning
Aanwijzend voornaamwoord: Die oproepplanning
Bezittelijk voornaamwoord: Onze oproepplanning
Wat rijmt er op oproepplanning
Buigings-e:
Mooi of mooie oproepplanning
Groot of grote oproepplanning
Half of halve oproepplanning
Grappig of grappige oproepplanning
Leeg of lege oproepplanning
leuk of leuke oproepplanning
Vet of vette oproepplanning
Snel of snelle oproepplanning
Wit of witte oproepplanning
Klein of kleine oproepplanning
Rood of rode oproepplanning
Dik of dikke oproepplanning
Oud of oude oproepplanning
Goed of goede oproepplanning
Wat rijmt er op oproepplanning
Elk of elke: Elke oproepplanning
Aanwijzend voornaamwoord: Die oproepplanning
Bezittelijk voornaamwoord: Onze oproepplanning
Wat rijmt er op oproepplanning
Oefening van de dag



