De of het totaalprogramma?
De totaalprogramma
Is het de of het totaalprogramma
In de Nederlandse taal gebruiken wij de totaalprogramma.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: total program
Deutsch: Gesamtprogramm | Bekijk of het der of die Gesamtprogramm is.
Français: total du programme | Bekijk of het Le o La total du programme is.
Jou of jouw: jouw totaalprogramma
Buigings-e:
Mooi of mooie totaalprogramma
Groot of grote totaalprogramma
Half of halve totaalprogramma
Grappig of grappige totaalprogramma
Leeg of lege totaalprogramma
leuk of leuke totaalprogramma
Vet of vette totaalprogramma
Snel of snelle totaalprogramma
Wit of witte totaalprogramma
Klein of kleine totaalprogramma
Rood of rode totaalprogramma
Dik of dikke totaalprogramma
Oud of oude totaalprogramma
Goed of goede totaalprogramma
Wat rijmt er op totaalprogramma
Elk of elke: Elke totaalprogramma
Aanwijzend voornaamwoord: Die totaalprogramma
Bezittelijk voornaamwoord: Onze totaalprogramma
Wat rijmt er op totaalprogramma
Buigings-e:
Mooi of mooie totaalprogramma
Groot of grote totaalprogramma
Half of halve totaalprogramma
Grappig of grappige totaalprogramma
Leeg of lege totaalprogramma
leuk of leuke totaalprogramma
Vet of vette totaalprogramma
Snel of snelle totaalprogramma
Wit of witte totaalprogramma
Klein of kleine totaalprogramma
Rood of rode totaalprogramma
Dik of dikke totaalprogramma
Oud of oude totaalprogramma
Goed of goede totaalprogramma
Wat rijmt er op totaalprogramma
Elk of elke: Elke totaalprogramma
Aanwijzend voornaamwoord: Die totaalprogramma
Bezittelijk voornaamwoord: Onze totaalprogramma
Wat rijmt er op totaalprogramma
Oefening van de dag



