De of het aargument?
Het aargument
Is het de of het aargument
In de Nederlandse taal gebruiken wij het aargument.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: Aargument
Jou of jouw: jouw aargument
Buigings-e:
Mooi of mooie aargument
Groot of grote aargument
Half of halve aargument
Grappig of grappige aargument
Leeg of lege aargument
leuk of leuke aargument
Vet of vette aargument
Snel of snelle aargument
Wit of witte aargument
Klein of kleine aargument
Rood of rode aargument
Dik of dikke aargument
Oud of oude aargument
Goed of goede aargument
Wat rijmt er op aargument
Elk of elke: Elk aargument
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aargument
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aargument
Wat rijmt er op aargument
Buigings-e:
Mooi of mooie aargument
Groot of grote aargument
Half of halve aargument
Grappig of grappige aargument
Leeg of lege aargument
leuk of leuke aargument
Vet of vette aargument
Snel of snelle aargument
Wit of witte aargument
Klein of kleine aargument
Rood of rode aargument
Dik of dikke aargument
Oud of oude aargument
Goed of goede aargument
Wat rijmt er op aargument
Elk of elke: Elk aargument
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aargument
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aargument
Wat rijmt er op aargument
Oefening van de dag



