De of het aflossen?
Het aflossen
Is het de of het aflossen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het aflossen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: redeem
Deutsch: entlasten | Bekijk of het der of die entlasten is.
Français: soulager | Bekijk of het Le o La soulager is.
Jou of jouw: jouw aflossen
Buigings-e:
Mooi of mooie aflossen
Groot of grote aflossen
Half of halve aflossen
Grappig of grappige aflossen
Leeg of lege aflossen
leuk of leuke aflossen
Vet of vette aflossen
Snel of snelle aflossen
Wit of witte aflossen
Klein of kleine aflossen
Rood of rode aflossen
Dik of dikke aflossen
Oud of oude aflossen
Goed of goede aflossen
Wat rijmt er op aflossen
Elk of elke: Elk aflossen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aflossen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aflossen
Wat rijmt er op aflossen
Buigings-e:
Mooi of mooie aflossen
Groot of grote aflossen
Half of halve aflossen
Grappig of grappige aflossen
Leeg of lege aflossen
leuk of leuke aflossen
Vet of vette aflossen
Snel of snelle aflossen
Wit of witte aflossen
Klein of kleine aflossen
Rood of rode aflossen
Dik of dikke aflossen
Oud of oude aflossen
Goed of goede aflossen
Wat rijmt er op aflossen
Elk of elke: Elk aflossen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aflossen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aflossen
Wat rijmt er op aflossen
Oefening van de dag



