De of het belegerde?
De belegerde
Is het de of het belegerde
In de Nederlandse taal gebruiken wij de belegerde.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: besieged
Jou of jouw: jouw belegerde
Buigings-e:
Mooi of mooie belegerde
Groot of grote belegerde
Half of halve belegerde
Grappig of grappige belegerde
Leeg of lege belegerde
leuk of leuke belegerde
Vet of vette belegerde
Snel of snelle belegerde
Wit of witte belegerde
Klein of kleine belegerde
Rood of rode belegerde
Dik of dikke belegerde
Oud of oude belegerde
Goed of goede belegerde
Wat rijmt er op belegerde
Elk of elke: Elke belegerde
Aanwijzend voornaamwoord: Die belegerde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze belegerde
Wat rijmt er op belegerde
Buigings-e:
Mooi of mooie belegerde
Groot of grote belegerde
Half of halve belegerde
Grappig of grappige belegerde
Leeg of lege belegerde
leuk of leuke belegerde
Vet of vette belegerde
Snel of snelle belegerde
Wit of witte belegerde
Klein of kleine belegerde
Rood of rode belegerde
Dik of dikke belegerde
Oud of oude belegerde
Goed of goede belegerde
Wat rijmt er op belegerde
Elk of elke: Elke belegerde
Aanwijzend voornaamwoord: Die belegerde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze belegerde
Wat rijmt er op belegerde
Oefening van de dag



