De of het beroepuitoefening?
De beroepuitoefening
Is het de of het beroepuitoefening
In de Nederlandse taal gebruiken wij de beroepuitoefening.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: professional practice
Deutsch: Berufspraxis | Bekijk of het der of die Berufspraxis is.
Français: pratique professionnelle | Bekijk of het Le o La pratique professionnelle is.
Jou of jouw: jouw beroepuitoefening
Buigings-e:
Mooi of mooie beroepuitoefening
Groot of grote beroepuitoefening
Half of halve beroepuitoefening
Grappig of grappige beroepuitoefening
Leeg of lege beroepuitoefening
leuk of leuke beroepuitoefening
Vet of vette beroepuitoefening
Snel of snelle beroepuitoefening
Wit of witte beroepuitoefening
Klein of kleine beroepuitoefening
Rood of rode beroepuitoefening
Dik of dikke beroepuitoefening
Oud of oude beroepuitoefening
Goed of goede beroepuitoefening
Wat rijmt er op beroepuitoefening
Elk of elke: Elke beroepuitoefening
Aanwijzend voornaamwoord: Die beroepuitoefening
Bezittelijk voornaamwoord: Onze beroepuitoefening
Wat rijmt er op beroepuitoefening
Buigings-e:
Mooi of mooie beroepuitoefening
Groot of grote beroepuitoefening
Half of halve beroepuitoefening
Grappig of grappige beroepuitoefening
Leeg of lege beroepuitoefening
leuk of leuke beroepuitoefening
Vet of vette beroepuitoefening
Snel of snelle beroepuitoefening
Wit of witte beroepuitoefening
Klein of kleine beroepuitoefening
Rood of rode beroepuitoefening
Dik of dikke beroepuitoefening
Oud of oude beroepuitoefening
Goed of goede beroepuitoefening
Wat rijmt er op beroepuitoefening
Elk of elke: Elke beroepuitoefening
Aanwijzend voornaamwoord: Die beroepuitoefening
Bezittelijk voornaamwoord: Onze beroepuitoefening
Wat rijmt er op beroepuitoefening
Oefening van de dag



