De of het coaguleren?
Het coaguleren
Is het de of het coaguleren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het coaguleren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: coagulate
Deutsch: gerinnen | Bekijk of het der of die gerinnen is.
Français: coaguler | Bekijk of het Le o La coaguler is.
Jou of jouw: jouw coaguleren
Buigings-e:
Mooi of mooie coaguleren
Groot of grote coaguleren
Half of halve coaguleren
Grappig of grappige coaguleren
Leeg of lege coaguleren
leuk of leuke coaguleren
Vet of vette coaguleren
Snel of snelle coaguleren
Wit of witte coaguleren
Klein of kleine coaguleren
Rood of rode coaguleren
Dik of dikke coaguleren
Oud of oude coaguleren
Goed of goede coaguleren
Wat rijmt er op coaguleren
Elk of elke: Elk coaguleren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat coaguleren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons coaguleren
Wat rijmt er op coaguleren
Buigings-e:
Mooi of mooie coaguleren
Groot of grote coaguleren
Half of halve coaguleren
Grappig of grappige coaguleren
Leeg of lege coaguleren
leuk of leuke coaguleren
Vet of vette coaguleren
Snel of snelle coaguleren
Wit of witte coaguleren
Klein of kleine coaguleren
Rood of rode coaguleren
Dik of dikke coaguleren
Oud of oude coaguleren
Goed of goede coaguleren
Wat rijmt er op coaguleren
Elk of elke: Elk coaguleren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat coaguleren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons coaguleren
Wat rijmt er op coaguleren
Oefening van de dag



