De of het cursusdagen?
De cursusdagen
Is het de of het cursusdagen
In de Nederlandse taal gebruiken wij de cursusdagen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: course days
Deutsch: Kurstagen | Bekijk of het der of die Kurstagen is.
Français: jours de cours | Bekijk of het Le o La jours de cours is.
Jou of jouw: jouw cursusdagen
Buigings-e:
Mooi of mooie cursusdagen
Groot of grote cursusdagen
Half of halve cursusdagen
Grappig of grappige cursusdagen
Leeg of lege cursusdagen
leuk of leuke cursusdagen
Vet of vette cursusdagen
Snel of snelle cursusdagen
Wit of witte cursusdagen
Klein of kleine cursusdagen
Rood of rode cursusdagen
Dik of dikke cursusdagen
Oud of oude cursusdagen
Goed of goede cursusdagen
Wat rijmt er op cursusdagen
Elk of elke: Elke cursusdagen
Aanwijzend voornaamwoord: Die cursusdagen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze cursusdagen
Wat rijmt er op cursusdagen
Buigings-e:
Mooi of mooie cursusdagen
Groot of grote cursusdagen
Half of halve cursusdagen
Grappig of grappige cursusdagen
Leeg of lege cursusdagen
leuk of leuke cursusdagen
Vet of vette cursusdagen
Snel of snelle cursusdagen
Wit of witte cursusdagen
Klein of kleine cursusdagen
Rood of rode cursusdagen
Dik of dikke cursusdagen
Oud of oude cursusdagen
Goed of goede cursusdagen
Wat rijmt er op cursusdagen
Elk of elke: Elke cursusdagen
Aanwijzend voornaamwoord: Die cursusdagen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze cursusdagen
Wat rijmt er op cursusdagen
Oefening van de dag



