De of het deklading?
De deklading
Is het de of het deklading
In de Nederlandse taal gebruiken wij de deklading.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: deck cargo
Deutsch: Deckladung | Bekijk of het der of die Deckladung is.
Français: cargaison en pontée | Bekijk of het Le o La cargaison en pontée is.
Jou of jouw: jouw deklading
Buigings-e:
Mooi of mooie deklading
Groot of grote deklading
Half of halve deklading
Grappig of grappige deklading
Leeg of lege deklading
leuk of leuke deklading
Vet of vette deklading
Snel of snelle deklading
Wit of witte deklading
Klein of kleine deklading
Rood of rode deklading
Dik of dikke deklading
Oud of oude deklading
Goed of goede deklading
Wat rijmt er op deklading
Elk of elke: Elke deklading
Aanwijzend voornaamwoord: Die deklading
Bezittelijk voornaamwoord: Onze deklading
Wat rijmt er op deklading
Buigings-e:
Mooi of mooie deklading
Groot of grote deklading
Half of halve deklading
Grappig of grappige deklading
Leeg of lege deklading
leuk of leuke deklading
Vet of vette deklading
Snel of snelle deklading
Wit of witte deklading
Klein of kleine deklading
Rood of rode deklading
Dik of dikke deklading
Oud of oude deklading
Goed of goede deklading
Wat rijmt er op deklading
Elk of elke: Elke deklading
Aanwijzend voornaamwoord: Die deklading
Bezittelijk voornaamwoord: Onze deklading
Wat rijmt er op deklading
Oefening van de dag



