De of het dentiste?
De dentiste
Is het de of het dentiste
In de Nederlandse taal gebruiken wij de dentiste.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: dentiste
Deutsch: dentiste | Bekijk of het der of die dentiste is.
Français: dentiste | Bekijk of het Le o La dentiste is.
Jou of jouw: jouw dentiste
Buigings-e:
Mooi of mooie dentiste
Groot of grote dentiste
Half of halve dentiste
Grappig of grappige dentiste
Leeg of lege dentiste
leuk of leuke dentiste
Vet of vette dentiste
Snel of snelle dentiste
Wit of witte dentiste
Klein of kleine dentiste
Rood of rode dentiste
Dik of dikke dentiste
Oud of oude dentiste
Goed of goede dentiste
Wat rijmt er op dentiste
Elk of elke: Elke dentiste
Aanwijzend voornaamwoord: Die dentiste
Bezittelijk voornaamwoord: Onze dentiste
Wat rijmt er op dentiste
Buigings-e:
Mooi of mooie dentiste
Groot of grote dentiste
Half of halve dentiste
Grappig of grappige dentiste
Leeg of lege dentiste
leuk of leuke dentiste
Vet of vette dentiste
Snel of snelle dentiste
Wit of witte dentiste
Klein of kleine dentiste
Rood of rode dentiste
Dik of dikke dentiste
Oud of oude dentiste
Goed of goede dentiste
Wat rijmt er op dentiste
Elk of elke: Elke dentiste
Aanwijzend voornaamwoord: Die dentiste
Bezittelijk voornaamwoord: Onze dentiste
Wat rijmt er op dentiste
Oefening van de dag



