De of het diagnosticeren?
Het diagnosticeren
Is het de of het diagnosticeren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het diagnosticeren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: diagnose
Deutsch: diagnostizieren | Bekijk of het der of die diagnostizieren is.
Français: diagnostiquer | Bekijk of het Le o La diagnostiquer is.
Jou of jouw: jouw diagnosticeren
Buigings-e:
Mooi of mooie diagnosticeren
Groot of grote diagnosticeren
Half of halve diagnosticeren
Grappig of grappige diagnosticeren
Leeg of lege diagnosticeren
leuk of leuke diagnosticeren
Vet of vette diagnosticeren
Snel of snelle diagnosticeren
Wit of witte diagnosticeren
Klein of kleine diagnosticeren
Rood of rode diagnosticeren
Dik of dikke diagnosticeren
Oud of oude diagnosticeren
Goed of goede diagnosticeren
Wat rijmt er op diagnosticeren
Elk of elke: Elk diagnosticeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat diagnosticeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons diagnosticeren
Wat rijmt er op diagnosticeren
Buigings-e:
Mooi of mooie diagnosticeren
Groot of grote diagnosticeren
Half of halve diagnosticeren
Grappig of grappige diagnosticeren
Leeg of lege diagnosticeren
leuk of leuke diagnosticeren
Vet of vette diagnosticeren
Snel of snelle diagnosticeren
Wit of witte diagnosticeren
Klein of kleine diagnosticeren
Rood of rode diagnosticeren
Dik of dikke diagnosticeren
Oud of oude diagnosticeren
Goed of goede diagnosticeren
Wat rijmt er op diagnosticeren
Elk of elke: Elk diagnosticeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat diagnosticeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons diagnosticeren
Wat rijmt er op diagnosticeren
Oefening van de dag



