De of het donkeren?
Het donkeren
Is het de of het donkeren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het donkeren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: dark
Deutsch: Dunkelheit | Bekijk of het der of die Dunkelheit is.
Français: sombre | Bekijk of het Le o La sombre is.
Jou of jouw: jouw donkeren
Buigings-e:
Mooi of mooie donkeren
Groot of grote donkeren
Half of halve donkeren
Grappig of grappige donkeren
Leeg of lege donkeren
leuk of leuke donkeren
Vet of vette donkeren
Snel of snelle donkeren
Wit of witte donkeren
Klein of kleine donkeren
Rood of rode donkeren
Dik of dikke donkeren
Oud of oude donkeren
Goed of goede donkeren
Wat rijmt er op donkeren
Elk of elke: Elk donkeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat donkeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons donkeren
Wat rijmt er op donkeren
verdonkeren -
Buigings-e:
Mooi of mooie donkeren
Groot of grote donkeren
Half of halve donkeren
Grappig of grappige donkeren
Leeg of lege donkeren
leuk of leuke donkeren
Vet of vette donkeren
Snel of snelle donkeren
Wit of witte donkeren
Klein of kleine donkeren
Rood of rode donkeren
Dik of dikke donkeren
Oud of oude donkeren
Goed of goede donkeren
Wat rijmt er op donkeren
Elk of elke: Elk donkeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat donkeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons donkeren
Wat rijmt er op donkeren
verdonkeren -
Oefening van de dag



