De of het drankgelegenheid?
De drankgelegenheid
Is het de of het drankgelegenheid
In de Nederlandse taal gebruiken wij de drankgelegenheid.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: premises
Deutsch: Ausgang | Bekijk of het der of die Ausgang is.
Français: sortie | Bekijk of het Le o La sortie is.
Jou of jouw: jouw drankgelegenheid
Buigings-e:
Mooi of mooie drankgelegenheid
Groot of grote drankgelegenheid
Half of halve drankgelegenheid
Grappig of grappige drankgelegenheid
Leeg of lege drankgelegenheid
leuk of leuke drankgelegenheid
Vet of vette drankgelegenheid
Snel of snelle drankgelegenheid
Wit of witte drankgelegenheid
Klein of kleine drankgelegenheid
Rood of rode drankgelegenheid
Dik of dikke drankgelegenheid
Oud of oude drankgelegenheid
Goed of goede drankgelegenheid
Wat rijmt er op drankgelegenheid
Elk of elke: Elke drankgelegenheid
Aanwijzend voornaamwoord: Die drankgelegenheid
Bezittelijk voornaamwoord: Onze drankgelegenheid
Wat rijmt er op drankgelegenheid
Buigings-e:
Mooi of mooie drankgelegenheid
Groot of grote drankgelegenheid
Half of halve drankgelegenheid
Grappig of grappige drankgelegenheid
Leeg of lege drankgelegenheid
leuk of leuke drankgelegenheid
Vet of vette drankgelegenheid
Snel of snelle drankgelegenheid
Wit of witte drankgelegenheid
Klein of kleine drankgelegenheid
Rood of rode drankgelegenheid
Dik of dikke drankgelegenheid
Oud of oude drankgelegenheid
Goed of goede drankgelegenheid
Wat rijmt er op drankgelegenheid
Elk of elke: Elke drankgelegenheid
Aanwijzend voornaamwoord: Die drankgelegenheid
Bezittelijk voornaamwoord: Onze drankgelegenheid
Wat rijmt er op drankgelegenheid
Oefening van de dag



