De of het drogisterijketen?
Het drogisterijketen
Is het de of het drogisterijketen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het drogisterijketen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: drugstore
Deutsch: drogerie markt | Bekijk of het der of die drogerie markt is.
Français: pharmacie | Bekijk of het Le o La pharmacie is.
Jou of jouw: jouw drogisterijketen
Buigings-e:
Mooi of mooie drogisterijketen
Groot of grote drogisterijketen
Half of halve drogisterijketen
Grappig of grappige drogisterijketen
Leeg of lege drogisterijketen
leuk of leuke drogisterijketen
Vet of vette drogisterijketen
Snel of snelle drogisterijketen
Wit of witte drogisterijketen
Klein of kleine drogisterijketen
Rood of rode drogisterijketen
Dik of dikke drogisterijketen
Oud of oude drogisterijketen
Goed of goede drogisterijketen
Wat rijmt er op drogisterijketen
Elk of elke: Elk drogisterijketen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat drogisterijketen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons drogisterijketen
Wat rijmt er op drogisterijketen
Buigings-e:
Mooi of mooie drogisterijketen
Groot of grote drogisterijketen
Half of halve drogisterijketen
Grappig of grappige drogisterijketen
Leeg of lege drogisterijketen
leuk of leuke drogisterijketen
Vet of vette drogisterijketen
Snel of snelle drogisterijketen
Wit of witte drogisterijketen
Klein of kleine drogisterijketen
Rood of rode drogisterijketen
Dik of dikke drogisterijketen
Oud of oude drogisterijketen
Goed of goede drogisterijketen
Wat rijmt er op drogisterijketen
Elk of elke: Elk drogisterijketen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat drogisterijketen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons drogisterijketen
Wat rijmt er op drogisterijketen
Oefening van de dag



