De of het druppeling?
De druppeling
Is het de of het druppeling
In de Nederlandse taal gebruiken wij de druppeling.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: drip
Deutsch: Tropf | Bekijk of het der of die Tropf is.
Français: goutte | Bekijk of het Le o La goutte is.
Jou of jouw: jouw druppeling
Buigings-e:
Mooi of mooie druppeling
Groot of grote druppeling
Half of halve druppeling
Grappig of grappige druppeling
Leeg of lege druppeling
leuk of leuke druppeling
Vet of vette druppeling
Snel of snelle druppeling
Wit of witte druppeling
Klein of kleine druppeling
Rood of rode druppeling
Dik of dikke druppeling
Oud of oude druppeling
Goed of goede druppeling
Wat rijmt er op druppeling
Elk of elke: Elke druppeling
Aanwijzend voornaamwoord: Die druppeling
Bezittelijk voornaamwoord: Onze druppeling
Wat rijmt er op druppeling
Buigings-e:
Mooi of mooie druppeling
Groot of grote druppeling
Half of halve druppeling
Grappig of grappige druppeling
Leeg of lege druppeling
leuk of leuke druppeling
Vet of vette druppeling
Snel of snelle druppeling
Wit of witte druppeling
Klein of kleine druppeling
Rood of rode druppeling
Dik of dikke druppeling
Oud of oude druppeling
Goed of goede druppeling
Wat rijmt er op druppeling
Elk of elke: Elke druppeling
Aanwijzend voornaamwoord: Die druppeling
Bezittelijk voornaamwoord: Onze druppeling
Wat rijmt er op druppeling
Oefening van de dag



