De of het eendagstoerisme?
Het eendagstoerisme
Is het de of het eendagstoerisme
In de Nederlandse taal gebruiken wij het eendagstoerisme.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: one-day tourism
Deutsch: Ein-Tages-Tourismus | Bekijk of het der of die Ein-Tages-Tourismus is.
Français: le tourisme d'un jour | Bekijk of het Le o La le tourisme d'un jour is.
Jou of jouw: jouw eendagstoerisme
Buigings-e:
Mooi of mooie eendagstoerisme
Groot of grote eendagstoerisme
Half of halve eendagstoerisme
Grappig of grappige eendagstoerisme
Leeg of lege eendagstoerisme
leuk of leuke eendagstoerisme
Vet of vette eendagstoerisme
Snel of snelle eendagstoerisme
Wit of witte eendagstoerisme
Klein of kleine eendagstoerisme
Rood of rode eendagstoerisme
Dik of dikke eendagstoerisme
Oud of oude eendagstoerisme
Goed of goede eendagstoerisme
Wat rijmt er op eendagstoerisme
Elk of elke: Elk eendagstoerisme
Aanwijzend voornaamwoord: Dat eendagstoerisme
Bezittelijk voornaamwoord: Ons eendagstoerisme
Wat rijmt er op eendagstoerisme
Buigings-e:
Mooi of mooie eendagstoerisme
Groot of grote eendagstoerisme
Half of halve eendagstoerisme
Grappig of grappige eendagstoerisme
Leeg of lege eendagstoerisme
leuk of leuke eendagstoerisme
Vet of vette eendagstoerisme
Snel of snelle eendagstoerisme
Wit of witte eendagstoerisme
Klein of kleine eendagstoerisme
Rood of rode eendagstoerisme
Dik of dikke eendagstoerisme
Oud of oude eendagstoerisme
Goed of goede eendagstoerisme
Wat rijmt er op eendagstoerisme
Elk of elke: Elk eendagstoerisme
Aanwijzend voornaamwoord: Dat eendagstoerisme
Bezittelijk voornaamwoord: Ons eendagstoerisme
Wat rijmt er op eendagstoerisme
Oefening van de dag



