De of het eerstedag?
De eerstedag
Is het de of het eerstedag
In de Nederlandse taal gebruiken wij de eerstedag.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: first day
Jou of jouw: jouw eerstedag
Buigings-e:
Mooi of mooie eerstedag
Groot of grote eerstedag
Half of halve eerstedag
Grappig of grappige eerstedag
Leeg of lege eerstedag
leuk of leuke eerstedag
Vet of vette eerstedag
Snel of snelle eerstedag
Wit of witte eerstedag
Klein of kleine eerstedag
Rood of rode eerstedag
Dik of dikke eerstedag
Oud of oude eerstedag
Goed of goede eerstedag
Wat rijmt er op eerstedag
Elk of elke: Elke eerstedag
Aanwijzend voornaamwoord: Die eerstedag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze eerstedag
Wat rijmt er op eerstedag
allereerstedag -
Buigings-e:
Mooi of mooie eerstedag
Groot of grote eerstedag
Half of halve eerstedag
Grappig of grappige eerstedag
Leeg of lege eerstedag
leuk of leuke eerstedag
Vet of vette eerstedag
Snel of snelle eerstedag
Wit of witte eerstedag
Klein of kleine eerstedag
Rood of rode eerstedag
Dik of dikke eerstedag
Oud of oude eerstedag
Goed of goede eerstedag
Wat rijmt er op eerstedag
Elk of elke: Elke eerstedag
Aanwijzend voornaamwoord: Die eerstedag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze eerstedag
Wat rijmt er op eerstedag
allereerstedag -
Oefening van de dag



