De of het emigrante?
De emigrante
Is het de of het emigrante
In de Nederlandse taal gebruiken wij de emigrante.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: emigrante
Deutsch: emigrante | Bekijk of het der of die emigrante is.
Français: emigrante | Bekijk of het Le o La emigrante is.
Jou of jouw: jouw emigrante
Buigings-e:
Mooi of mooie emigrante
Groot of grote emigrante
Half of halve emigrante
Grappig of grappige emigrante
Leeg of lege emigrante
leuk of leuke emigrante
Vet of vette emigrante
Snel of snelle emigrante
Wit of witte emigrante
Klein of kleine emigrante
Rood of rode emigrante
Dik of dikke emigrante
Oud of oude emigrante
Goed of goede emigrante
Wat rijmt er op emigrante
Elk of elke: Elke emigrante
Aanwijzend voornaamwoord: Die emigrante
Bezittelijk voornaamwoord: Onze emigrante
Wat rijmt er op emigrante
Buigings-e:
Mooi of mooie emigrante
Groot of grote emigrante
Half of halve emigrante
Grappig of grappige emigrante
Leeg of lege emigrante
leuk of leuke emigrante
Vet of vette emigrante
Snel of snelle emigrante
Wit of witte emigrante
Klein of kleine emigrante
Rood of rode emigrante
Dik of dikke emigrante
Oud of oude emigrante
Goed of goede emigrante
Wat rijmt er op emigrante
Elk of elke: Elke emigrante
Aanwijzend voornaamwoord: Die emigrante
Bezittelijk voornaamwoord: Onze emigrante
Wat rijmt er op emigrante
Oefening van de dag



