De of het examendag?
De examendag
Is het de of het examendag
In de Nederlandse taal gebruiken wij de examendag.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: exam day
Deutsch: Prüfungstag | Bekijk of het der of die Prüfungstag is.
Français: jour de l'examen | Bekijk of het Le o La jour de l'examen is.
Jou of jouw: jouw examendag
Buigings-e:
Mooi of mooie examendag
Groot of grote examendag
Half of halve examendag
Grappig of grappige examendag
Leeg of lege examendag
leuk of leuke examendag
Vet of vette examendag
Snel of snelle examendag
Wit of witte examendag
Klein of kleine examendag
Rood of rode examendag
Dik of dikke examendag
Oud of oude examendag
Goed of goede examendag
Wat rijmt er op examendag
Elk of elke: Elke examendag
Aanwijzend voornaamwoord: Die examendag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze examendag
Wat rijmt er op examendag
Buigings-e:
Mooi of mooie examendag
Groot of grote examendag
Half of halve examendag
Grappig of grappige examendag
Leeg of lege examendag
leuk of leuke examendag
Vet of vette examendag
Snel of snelle examendag
Wit of witte examendag
Klein of kleine examendag
Rood of rode examendag
Dik of dikke examendag
Oud of oude examendag
Goed of goede examendag
Wat rijmt er op examendag
Elk of elke: Elke examendag
Aanwijzend voornaamwoord: Die examendag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze examendag
Wat rijmt er op examendag
Oefening van de dag



