De of het exportbeperking?
De exportbeperking
Is het de of het exportbeperking
In de Nederlandse taal gebruiken wij de exportbeperking.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: export restrictions
Deutsch: Exportbeschränkungen | Bekijk of het der of die Exportbeschränkungen is.
Français: restrictions à l'exportation | Bekijk of het Le o La restrictions à l'exportation is.
Jou of jouw: jouw exportbeperking
Buigings-e:
Mooi of mooie exportbeperking
Groot of grote exportbeperking
Half of halve exportbeperking
Grappig of grappige exportbeperking
Leeg of lege exportbeperking
leuk of leuke exportbeperking
Vet of vette exportbeperking
Snel of snelle exportbeperking
Wit of witte exportbeperking
Klein of kleine exportbeperking
Rood of rode exportbeperking
Dik of dikke exportbeperking
Oud of oude exportbeperking
Goed of goede exportbeperking
Wat rijmt er op exportbeperking
Elk of elke: Elke exportbeperking
Aanwijzend voornaamwoord: Die exportbeperking
Bezittelijk voornaamwoord: Onze exportbeperking
Wat rijmt er op exportbeperking
Buigings-e:
Mooi of mooie exportbeperking
Groot of grote exportbeperking
Half of halve exportbeperking
Grappig of grappige exportbeperking
Leeg of lege exportbeperking
leuk of leuke exportbeperking
Vet of vette exportbeperking
Snel of snelle exportbeperking
Wit of witte exportbeperking
Klein of kleine exportbeperking
Rood of rode exportbeperking
Dik of dikke exportbeperking
Oud of oude exportbeperking
Goed of goede exportbeperking
Wat rijmt er op exportbeperking
Elk of elke: Elke exportbeperking
Aanwijzend voornaamwoord: Die exportbeperking
Bezittelijk voornaamwoord: Onze exportbeperking
Wat rijmt er op exportbeperking
Oefening van de dag



