De of het expositieperiode?
De expositieperiode
Is het de of het expositieperiode
In de Nederlandse taal gebruiken wij de expositieperiode.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: exhibition period
Jou of jouw: jouw expositieperiode
Buigings-e:
Mooi of mooie expositieperiode
Groot of grote expositieperiode
Half of halve expositieperiode
Grappig of grappige expositieperiode
Leeg of lege expositieperiode
leuk of leuke expositieperiode
Vet of vette expositieperiode
Snel of snelle expositieperiode
Wit of witte expositieperiode
Klein of kleine expositieperiode
Rood of rode expositieperiode
Dik of dikke expositieperiode
Oud of oude expositieperiode
Goed of goede expositieperiode
Wat rijmt er op expositieperiode
Elk of elke: Elke expositieperiode
Aanwijzend voornaamwoord: Die expositieperiode
Bezittelijk voornaamwoord: Onze expositieperiode
Wat rijmt er op expositieperiode
Buigings-e:
Mooi of mooie expositieperiode
Groot of grote expositieperiode
Half of halve expositieperiode
Grappig of grappige expositieperiode
Leeg of lege expositieperiode
leuk of leuke expositieperiode
Vet of vette expositieperiode
Snel of snelle expositieperiode
Wit of witte expositieperiode
Klein of kleine expositieperiode
Rood of rode expositieperiode
Dik of dikke expositieperiode
Oud of oude expositieperiode
Goed of goede expositieperiode
Wat rijmt er op expositieperiode
Elk of elke: Elke expositieperiode
Aanwijzend voornaamwoord: Die expositieperiode
Bezittelijk voornaamwoord: Onze expositieperiode
Wat rijmt er op expositieperiode
Oefening van de dag



