De of het gemeenschapslezing?
De gemeenschapslezing
Is het de of het gemeenschapslezing
In de Nederlandse taal gebruiken wij de gemeenschapslezing.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: community reading
Jou of jouw: jouw gemeenschapslezing
Buigings-e:
Mooi of mooie gemeenschapslezing
Groot of grote gemeenschapslezing
Half of halve gemeenschapslezing
Grappig of grappige gemeenschapslezing
Leeg of lege gemeenschapslezing
leuk of leuke gemeenschapslezing
Vet of vette gemeenschapslezing
Snel of snelle gemeenschapslezing
Wit of witte gemeenschapslezing
Klein of kleine gemeenschapslezing
Rood of rode gemeenschapslezing
Dik of dikke gemeenschapslezing
Oud of oude gemeenschapslezing
Goed of goede gemeenschapslezing
Wat rijmt er op gemeenschapslezing
Elk of elke: Elke gemeenschapslezing
Aanwijzend voornaamwoord: Die gemeenschapslezing
Bezittelijk voornaamwoord: Onze gemeenschapslezing
Wat rijmt er op gemeenschapslezing
Buigings-e:
Mooi of mooie gemeenschapslezing
Groot of grote gemeenschapslezing
Half of halve gemeenschapslezing
Grappig of grappige gemeenschapslezing
Leeg of lege gemeenschapslezing
leuk of leuke gemeenschapslezing
Vet of vette gemeenschapslezing
Snel of snelle gemeenschapslezing
Wit of witte gemeenschapslezing
Klein of kleine gemeenschapslezing
Rood of rode gemeenschapslezing
Dik of dikke gemeenschapslezing
Oud of oude gemeenschapslezing
Goed of goede gemeenschapslezing
Wat rijmt er op gemeenschapslezing
Elk of elke: Elke gemeenschapslezing
Aanwijzend voornaamwoord: Die gemeenschapslezing
Bezittelijk voornaamwoord: Onze gemeenschapslezing
Wat rijmt er op gemeenschapslezing
Oefening van de dag



