De of het gemeentepredikant?
De gemeentepredikant
Is het de of het gemeentepredikant
In de Nederlandse taal gebruiken wij de gemeentepredikant.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: church pastor
Deutsch: Pastor | Bekijk of het der of die Pastor is.
Français: pasteur de l'église | Bekijk of het Le o La pasteur de l'église is.
Jou of jouw: jouw gemeentepredikant
Buigings-e:
Mooi of mooie gemeentepredikant
Groot of grote gemeentepredikant
Half of halve gemeentepredikant
Grappig of grappige gemeentepredikant
Leeg of lege gemeentepredikant
leuk of leuke gemeentepredikant
Vet of vette gemeentepredikant
Snel of snelle gemeentepredikant
Wit of witte gemeentepredikant
Klein of kleine gemeentepredikant
Rood of rode gemeentepredikant
Dik of dikke gemeentepredikant
Oud of oude gemeentepredikant
Goed of goede gemeentepredikant
Wat rijmt er op gemeentepredikant
Elk of elke: Elke gemeentepredikant
Aanwijzend voornaamwoord: Die gemeentepredikant
Bezittelijk voornaamwoord: Onze gemeentepredikant
Wat rijmt er op gemeentepredikant
Buigings-e:
Mooi of mooie gemeentepredikant
Groot of grote gemeentepredikant
Half of halve gemeentepredikant
Grappig of grappige gemeentepredikant
Leeg of lege gemeentepredikant
leuk of leuke gemeentepredikant
Vet of vette gemeentepredikant
Snel of snelle gemeentepredikant
Wit of witte gemeentepredikant
Klein of kleine gemeentepredikant
Rood of rode gemeentepredikant
Dik of dikke gemeentepredikant
Oud of oude gemeentepredikant
Goed of goede gemeentepredikant
Wat rijmt er op gemeentepredikant
Elk of elke: Elke gemeentepredikant
Aanwijzend voornaamwoord: Die gemeentepredikant
Bezittelijk voornaamwoord: Onze gemeentepredikant
Wat rijmt er op gemeentepredikant
Oefening van de dag



