De of het gesticuleren?
Het gesticuleren
Is het de of het gesticuleren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het gesticuleren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: gesticulate
Deutsch: gestikulieren | Bekijk of het der of die gestikulieren is.
Français: gesticuler | Bekijk of het Le o La gesticuler is.
Jou of jouw: jouw gesticuleren
Buigings-e:
Mooi of mooie gesticuleren
Groot of grote gesticuleren
Half of halve gesticuleren
Grappig of grappige gesticuleren
Leeg of lege gesticuleren
leuk of leuke gesticuleren
Vet of vette gesticuleren
Snel of snelle gesticuleren
Wit of witte gesticuleren
Klein of kleine gesticuleren
Rood of rode gesticuleren
Dik of dikke gesticuleren
Oud of oude gesticuleren
Goed of goede gesticuleren
Wat rijmt er op gesticuleren
Elk of elke: Elk gesticuleren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gesticuleren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gesticuleren
Wat rijmt er op gesticuleren
Buigings-e:
Mooi of mooie gesticuleren
Groot of grote gesticuleren
Half of halve gesticuleren
Grappig of grappige gesticuleren
Leeg of lege gesticuleren
leuk of leuke gesticuleren
Vet of vette gesticuleren
Snel of snelle gesticuleren
Wit of witte gesticuleren
Klein of kleine gesticuleren
Rood of rode gesticuleren
Dik of dikke gesticuleren
Oud of oude gesticuleren
Goed of goede gesticuleren
Wat rijmt er op gesticuleren
Elk of elke: Elk gesticuleren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gesticuleren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gesticuleren
Wat rijmt er op gesticuleren
Oefening van de dag



