De of het glinsteren?
Het glinsteren
Is het de of het glinsteren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het glinsteren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: glisten
Deutsch: glitzern | Bekijk of het der of die glitzern is.
Français: luire | Bekijk of het Le o La luire is.
Jou of jouw: jouw glinsteren
Buigings-e:
Mooi of mooie glinsteren
Groot of grote glinsteren
Half of halve glinsteren
Grappig of grappige glinsteren
Leeg of lege glinsteren
leuk of leuke glinsteren
Vet of vette glinsteren
Snel of snelle glinsteren
Wit of witte glinsteren
Klein of kleine glinsteren
Rood of rode glinsteren
Dik of dikke glinsteren
Oud of oude glinsteren
Goed of goede glinsteren
Wat rijmt er op glinsteren
Elk of elke: Elk glinsteren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat glinsteren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons glinsteren
Wat rijmt er op glinsteren
Buigings-e:
Mooi of mooie glinsteren
Groot of grote glinsteren
Half of halve glinsteren
Grappig of grappige glinsteren
Leeg of lege glinsteren
leuk of leuke glinsteren
Vet of vette glinsteren
Snel of snelle glinsteren
Wit of witte glinsteren
Klein of kleine glinsteren
Rood of rode glinsteren
Dik of dikke glinsteren
Oud of oude glinsteren
Goed of goede glinsteren
Wat rijmt er op glinsteren
Elk of elke: Elk glinsteren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat glinsteren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons glinsteren
Wat rijmt er op glinsteren
Oefening van de dag



