De of het groeiperiode?
De groeiperiode
Is het de of het groeiperiode
In de Nederlandse taal gebruiken wij de groeiperiode.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: growing period
Deutsch: Wachstumszeit | Bekijk of het der of die Wachstumszeit is.
Français: période de croissance | Bekijk of het Le o La période de croissance is.
Jou of jouw: jouw groeiperiode
Buigings-e:
Mooi of mooie groeiperiode
Groot of grote groeiperiode
Half of halve groeiperiode
Grappig of grappige groeiperiode
Leeg of lege groeiperiode
leuk of leuke groeiperiode
Vet of vette groeiperiode
Snel of snelle groeiperiode
Wit of witte groeiperiode
Klein of kleine groeiperiode
Rood of rode groeiperiode
Dik of dikke groeiperiode
Oud of oude groeiperiode
Goed of goede groeiperiode
Wat rijmt er op groeiperiode
Elk of elke: Elke groeiperiode
Aanwijzend voornaamwoord: Die groeiperiode
Bezittelijk voornaamwoord: Onze groeiperiode
Wat rijmt er op groeiperiode
Buigings-e:
Mooi of mooie groeiperiode
Groot of grote groeiperiode
Half of halve groeiperiode
Grappig of grappige groeiperiode
Leeg of lege groeiperiode
leuk of leuke groeiperiode
Vet of vette groeiperiode
Snel of snelle groeiperiode
Wit of witte groeiperiode
Klein of kleine groeiperiode
Rood of rode groeiperiode
Dik of dikke groeiperiode
Oud of oude groeiperiode
Goed of goede groeiperiode
Wat rijmt er op groeiperiode
Elk of elke: Elke groeiperiode
Aanwijzend voornaamwoord: Die groeiperiode
Bezittelijk voornaamwoord: Onze groeiperiode
Wat rijmt er op groeiperiode
Oefening van de dag



