De of het handelsvennoot?
De handelsvennoot
Is het de of het handelsvennoot
In de Nederlandse taal gebruiken wij de handelsvennoot.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: trading partner
Deutsch: Handelspartner | Bekijk of het der of die Handelspartner is.
Français: partenaire commercial | Bekijk of het Le o La partenaire commercial is.
Jou of jouw: jouw handelsvennoot
Buigings-e:
Mooi of mooie handelsvennoot
Groot of grote handelsvennoot
Half of halve handelsvennoot
Grappig of grappige handelsvennoot
Leeg of lege handelsvennoot
leuk of leuke handelsvennoot
Vet of vette handelsvennoot
Snel of snelle handelsvennoot
Wit of witte handelsvennoot
Klein of kleine handelsvennoot
Rood of rode handelsvennoot
Dik of dikke handelsvennoot
Oud of oude handelsvennoot
Goed of goede handelsvennoot
Wat rijmt er op handelsvennoot
Elk of elke: Elke handelsvennoot
Aanwijzend voornaamwoord: Die handelsvennoot
Bezittelijk voornaamwoord: Onze handelsvennoot
Wat rijmt er op handelsvennoot
Buigings-e:
Mooi of mooie handelsvennoot
Groot of grote handelsvennoot
Half of halve handelsvennoot
Grappig of grappige handelsvennoot
Leeg of lege handelsvennoot
leuk of leuke handelsvennoot
Vet of vette handelsvennoot
Snel of snelle handelsvennoot
Wit of witte handelsvennoot
Klein of kleine handelsvennoot
Rood of rode handelsvennoot
Dik of dikke handelsvennoot
Oud of oude handelsvennoot
Goed of goede handelsvennoot
Wat rijmt er op handelsvennoot
Elk of elke: Elke handelsvennoot
Aanwijzend voornaamwoord: Die handelsvennoot
Bezittelijk voornaamwoord: Onze handelsvennoot
Wat rijmt er op handelsvennoot
Oefening van de dag



