De of het hazenleger?
Het hazenleger
Is het de of het hazenleger
In de Nederlandse taal gebruiken wij het hazenleger.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: hares army
Deutsch: Hasen Armee | Bekijk of het der of die Hasen Armee is.
Français: armée lièvres | Bekijk of het Le o La armée lièvres is.
Jou of jouw: jouw hazenleger
Buigings-e:
Mooi of mooie hazenleger
Groot of grote hazenleger
Half of halve hazenleger
Grappig of grappige hazenleger
Leeg of lege hazenleger
leuk of leuke hazenleger
Vet of vette hazenleger
Snel of snelle hazenleger
Wit of witte hazenleger
Klein of kleine hazenleger
Rood of rode hazenleger
Dik of dikke hazenleger
Oud of oude hazenleger
Goed of goede hazenleger
Wat rijmt er op hazenleger
Elk of elke: Elk hazenleger
Aanwijzend voornaamwoord: Dat hazenleger
Bezittelijk voornaamwoord: Ons hazenleger
Wat rijmt er op hazenleger
Buigings-e:
Mooi of mooie hazenleger
Groot of grote hazenleger
Half of halve hazenleger
Grappig of grappige hazenleger
Leeg of lege hazenleger
leuk of leuke hazenleger
Vet of vette hazenleger
Snel of snelle hazenleger
Wit of witte hazenleger
Klein of kleine hazenleger
Rood of rode hazenleger
Dik of dikke hazenleger
Oud of oude hazenleger
Goed of goede hazenleger
Wat rijmt er op hazenleger
Elk of elke: Elk hazenleger
Aanwijzend voornaamwoord: Dat hazenleger
Bezittelijk voornaamwoord: Ons hazenleger
Wat rijmt er op hazenleger
Oefening van de dag



