De of het hooggestudeerde?
De hooggestudeerde
Is het de of het hooggestudeerde
In de Nederlandse taal gebruiken wij de hooggestudeerde.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: highly graduated
Jou of jouw: jouw hooggestudeerde
Buigings-e:
Mooi of mooie hooggestudeerde
Groot of grote hooggestudeerde
Half of halve hooggestudeerde
Grappig of grappige hooggestudeerde
Leeg of lege hooggestudeerde
leuk of leuke hooggestudeerde
Vet of vette hooggestudeerde
Snel of snelle hooggestudeerde
Wit of witte hooggestudeerde
Klein of kleine hooggestudeerde
Rood of rode hooggestudeerde
Dik of dikke hooggestudeerde
Oud of oude hooggestudeerde
Goed of goede hooggestudeerde
Wat rijmt er op hooggestudeerde
Elk of elke: Elke hooggestudeerde
Aanwijzend voornaamwoord: Die hooggestudeerde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze hooggestudeerde
Wat rijmt er op hooggestudeerde
Buigings-e:
Mooi of mooie hooggestudeerde
Groot of grote hooggestudeerde
Half of halve hooggestudeerde
Grappig of grappige hooggestudeerde
Leeg of lege hooggestudeerde
leuk of leuke hooggestudeerde
Vet of vette hooggestudeerde
Snel of snelle hooggestudeerde
Wit of witte hooggestudeerde
Klein of kleine hooggestudeerde
Rood of rode hooggestudeerde
Dik of dikke hooggestudeerde
Oud of oude hooggestudeerde
Goed of goede hooggestudeerde
Wat rijmt er op hooggestudeerde
Elk of elke: Elke hooggestudeerde
Aanwijzend voornaamwoord: Die hooggestudeerde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze hooggestudeerde
Wat rijmt er op hooggestudeerde
Oefening van de dag



