De of het huisgoden?
Het huisgoden
Is het de of het huisgoden
In de Nederlandse taal gebruiken wij het huisgoden.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: household gods
Deutsch: Hausgötter | Bekijk of het der of die Hausgötter is.
Français: pénates | Bekijk of het Le o La pénates is.
Jou of jouw: jouw huisgoden
Buigings-e:
Mooi of mooie huisgoden
Groot of grote huisgoden
Half of halve huisgoden
Grappig of grappige huisgoden
Leeg of lege huisgoden
leuk of leuke huisgoden
Vet of vette huisgoden
Snel of snelle huisgoden
Wit of witte huisgoden
Klein of kleine huisgoden
Rood of rode huisgoden
Dik of dikke huisgoden
Oud of oude huisgoden
Goed of goede huisgoden
Wat rijmt er op huisgoden
Elk of elke: Elk huisgoden
Aanwijzend voornaamwoord: Dat huisgoden
Bezittelijk voornaamwoord: Ons huisgoden
Wat rijmt er op huisgoden
Buigings-e:
Mooi of mooie huisgoden
Groot of grote huisgoden
Half of halve huisgoden
Grappig of grappige huisgoden
Leeg of lege huisgoden
leuk of leuke huisgoden
Vet of vette huisgoden
Snel of snelle huisgoden
Wit of witte huisgoden
Klein of kleine huisgoden
Rood of rode huisgoden
Dik of dikke huisgoden
Oud of oude huisgoden
Goed of goede huisgoden
Wat rijmt er op huisgoden
Elk of elke: Elk huisgoden
Aanwijzend voornaamwoord: Dat huisgoden
Bezittelijk voornaamwoord: Ons huisgoden
Wat rijmt er op huisgoden
Oefening van de dag



