De of het hulpverleenster?
De hulpverleenster
Is het de of het hulpverleenster
In de Nederlandse taal gebruiken wij de hulpverleenster.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: social worker
Deutsch: Helfer | Bekijk of het der of die Helfer is.
Français: coopérant | Bekijk of het Le o La coopérant is.
Jou of jouw: jouw hulpverleenster
Buigings-e:
Mooi of mooie hulpverleenster
Groot of grote hulpverleenster
Half of halve hulpverleenster
Grappig of grappige hulpverleenster
Leeg of lege hulpverleenster
leuk of leuke hulpverleenster
Vet of vette hulpverleenster
Snel of snelle hulpverleenster
Wit of witte hulpverleenster
Klein of kleine hulpverleenster
Rood of rode hulpverleenster
Dik of dikke hulpverleenster
Oud of oude hulpverleenster
Goed of goede hulpverleenster
Wat rijmt er op hulpverleenster
Elk of elke: Elke hulpverleenster
Aanwijzend voornaamwoord: Die hulpverleenster
Bezittelijk voornaamwoord: Onze hulpverleenster
Wat rijmt er op hulpverleenster
Buigings-e:
Mooi of mooie hulpverleenster
Groot of grote hulpverleenster
Half of halve hulpverleenster
Grappig of grappige hulpverleenster
Leeg of lege hulpverleenster
leuk of leuke hulpverleenster
Vet of vette hulpverleenster
Snel of snelle hulpverleenster
Wit of witte hulpverleenster
Klein of kleine hulpverleenster
Rood of rode hulpverleenster
Dik of dikke hulpverleenster
Oud of oude hulpverleenster
Goed of goede hulpverleenster
Wat rijmt er op hulpverleenster
Elk of elke: Elke hulpverleenster
Aanwijzend voornaamwoord: Die hulpverleenster
Bezittelijk voornaamwoord: Onze hulpverleenster
Wat rijmt er op hulpverleenster
Oefening van de dag



