De of het ijsperiode?
De ijsperiode
Is het de of het ijsperiode
In de Nederlandse taal gebruiken wij de ijsperiode.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: glacial period
Deutsch: Eiszeit | Bekijk of het der of die Eiszeit is.
Français: période glaciaire | Bekijk of het Le o La période glaciaire is.
Jou of jouw: jouw ijsperiode
Buigings-e:
Mooi of mooie ijsperiode
Groot of grote ijsperiode
Half of halve ijsperiode
Grappig of grappige ijsperiode
Leeg of lege ijsperiode
leuk of leuke ijsperiode
Vet of vette ijsperiode
Snel of snelle ijsperiode
Wit of witte ijsperiode
Klein of kleine ijsperiode
Rood of rode ijsperiode
Dik of dikke ijsperiode
Oud of oude ijsperiode
Goed of goede ijsperiode
Wat rijmt er op ijsperiode
Elk of elke: Elke ijsperiode
Aanwijzend voornaamwoord: Die ijsperiode
Bezittelijk voornaamwoord: Onze ijsperiode
Wat rijmt er op ijsperiode
leeftijsperiode - tijsperiode - onderwijsperiode -
Buigings-e:
Mooi of mooie ijsperiode
Groot of grote ijsperiode
Half of halve ijsperiode
Grappig of grappige ijsperiode
Leeg of lege ijsperiode
leuk of leuke ijsperiode
Vet of vette ijsperiode
Snel of snelle ijsperiode
Wit of witte ijsperiode
Klein of kleine ijsperiode
Rood of rode ijsperiode
Dik of dikke ijsperiode
Oud of oude ijsperiode
Goed of goede ijsperiode
Wat rijmt er op ijsperiode
Elk of elke: Elke ijsperiode
Aanwijzend voornaamwoord: Die ijsperiode
Bezittelijk voornaamwoord: Onze ijsperiode
Wat rijmt er op ijsperiode
leeftijsperiode - tijsperiode - onderwijsperiode -
Oefening van de dag



