De of het inburgeren?
Het inburgeren
Is het de of het inburgeren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het inburgeren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: naturalize
Deutsch: einbürgern | Bekijk of het der of die einbürgern is.
Français: naturaliser | Bekijk of het Le o La naturaliser is.
Jou of jouw: jouw inburgeren
Buigings-e:
Mooi of mooie inburgeren
Groot of grote inburgeren
Half of halve inburgeren
Grappig of grappige inburgeren
Leeg of lege inburgeren
leuk of leuke inburgeren
Vet of vette inburgeren
Snel of snelle inburgeren
Wit of witte inburgeren
Klein of kleine inburgeren
Rood of rode inburgeren
Dik of dikke inburgeren
Oud of oude inburgeren
Goed of goede inburgeren
Wat rijmt er op inburgeren
Elk of elke: Elk inburgeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat inburgeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons inburgeren
Wat rijmt er op inburgeren
Buigings-e:
Mooi of mooie inburgeren
Groot of grote inburgeren
Half of halve inburgeren
Grappig of grappige inburgeren
Leeg of lege inburgeren
leuk of leuke inburgeren
Vet of vette inburgeren
Snel of snelle inburgeren
Wit of witte inburgeren
Klein of kleine inburgeren
Rood of rode inburgeren
Dik of dikke inburgeren
Oud of oude inburgeren
Goed of goede inburgeren
Wat rijmt er op inburgeren
Elk of elke: Elk inburgeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat inburgeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons inburgeren
Wat rijmt er op inburgeren
Oefening van de dag



