De of het influenza?
De influenza
Is het de of het influenza
In de Nederlandse taal gebruiken wij de influenza.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: influenza
Deutsch: Grippe | Bekijk of het der of die Grippe is.
Français: grippe | Bekijk of het Le o La grippe is.
Jou of jouw: jouw influenza
Buigings-e:
Mooi of mooie influenza
Groot of grote influenza
Half of halve influenza
Grappig of grappige influenza
Leeg of lege influenza
leuk of leuke influenza
Vet of vette influenza
Snel of snelle influenza
Wit of witte influenza
Klein of kleine influenza
Rood of rode influenza
Dik of dikke influenza
Oud of oude influenza
Goed of goede influenza
Wat rijmt er op influenza
Elk of elke: Elke influenza
Aanwijzend voornaamwoord: Die influenza
Bezittelijk voornaamwoord: Onze influenza
Wat rijmt er op influenza
Buigings-e:
Mooi of mooie influenza
Groot of grote influenza
Half of halve influenza
Grappig of grappige influenza
Leeg of lege influenza
leuk of leuke influenza
Vet of vette influenza
Snel of snelle influenza
Wit of witte influenza
Klein of kleine influenza
Rood of rode influenza
Dik of dikke influenza
Oud of oude influenza
Goed of goede influenza
Wat rijmt er op influenza
Elk of elke: Elke influenza
Aanwijzend voornaamwoord: Die influenza
Bezittelijk voornaamwoord: Onze influenza
Wat rijmt er op influenza
Oefening van de dag



