De of het info-moment?
Het info-moment
Is het de of het info-moment
In de Nederlandse taal gebruiken wij het info-moment.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: info-moment
Jou of jouw: jouw info-moment
Buigings-e:
Mooi of mooie info-moment
Groot of grote info-moment
Half of halve info-moment
Grappig of grappige info-moment
Leeg of lege info-moment
leuk of leuke info-moment
Vet of vette info-moment
Snel of snelle info-moment
Wit of witte info-moment
Klein of kleine info-moment
Rood of rode info-moment
Dik of dikke info-moment
Oud of oude info-moment
Goed of goede info-moment
Wat rijmt er op info-moment
Elk of elke: Elk info-moment
Aanwijzend voornaamwoord: Dat info-moment
Bezittelijk voornaamwoord: Ons info-moment
Wat rijmt er op info-moment
Buigings-e:
Mooi of mooie info-moment
Groot of grote info-moment
Half of halve info-moment
Grappig of grappige info-moment
Leeg of lege info-moment
leuk of leuke info-moment
Vet of vette info-moment
Snel of snelle info-moment
Wit of witte info-moment
Klein of kleine info-moment
Rood of rode info-moment
Dik of dikke info-moment
Oud of oude info-moment
Goed of goede info-moment
Wat rijmt er op info-moment
Elk of elke: Elk info-moment
Aanwijzend voornaamwoord: Dat info-moment
Bezittelijk voornaamwoord: Ons info-moment
Wat rijmt er op info-moment
Oefening van de dag



