De of het interfereren?
Het interfereren
Is het de of het interfereren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het interfereren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: interfere
Deutsch: einmischen | Bekijk of het der of die einmischen is.
Français: interférer | Bekijk of het Le o La interférer is.
Jou of jouw: jouw interfereren
Buigings-e:
Mooi of mooie interfereren
Groot of grote interfereren
Half of halve interfereren
Grappig of grappige interfereren
Leeg of lege interfereren
leuk of leuke interfereren
Vet of vette interfereren
Snel of snelle interfereren
Wit of witte interfereren
Klein of kleine interfereren
Rood of rode interfereren
Dik of dikke interfereren
Oud of oude interfereren
Goed of goede interfereren
Wat rijmt er op interfereren
Elk of elke: Elk interfereren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat interfereren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons interfereren
Wat rijmt er op interfereren
Buigings-e:
Mooi of mooie interfereren
Groot of grote interfereren
Half of halve interfereren
Grappig of grappige interfereren
Leeg of lege interfereren
leuk of leuke interfereren
Vet of vette interfereren
Snel of snelle interfereren
Wit of witte interfereren
Klein of kleine interfereren
Rood of rode interfereren
Dik of dikke interfereren
Oud of oude interfereren
Goed of goede interfereren
Wat rijmt er op interfereren
Elk of elke: Elk interfereren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat interfereren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons interfereren
Wat rijmt er op interfereren
Oefening van de dag



