De of het katoenboeren?
Het katoenboeren
Is het de of het katoenboeren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het katoenboeren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: cotton farmers
Deutsch: Baumwollbauern | Bekijk of het der of die Baumwollbauern is.
Français: les producteurs de coton | Bekijk of het Le o La les producteurs de coton is.
Jou of jouw: jouw katoenboeren
Buigings-e:
Mooi of mooie katoenboeren
Groot of grote katoenboeren
Half of halve katoenboeren
Grappig of grappige katoenboeren
Leeg of lege katoenboeren
leuk of leuke katoenboeren
Vet of vette katoenboeren
Snel of snelle katoenboeren
Wit of witte katoenboeren
Klein of kleine katoenboeren
Rood of rode katoenboeren
Dik of dikke katoenboeren
Oud of oude katoenboeren
Goed of goede katoenboeren
Wat rijmt er op katoenboeren
Elk of elke: Elk katoenboeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat katoenboeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons katoenboeren
Wat rijmt er op katoenboeren
Buigings-e:
Mooi of mooie katoenboeren
Groot of grote katoenboeren
Half of halve katoenboeren
Grappig of grappige katoenboeren
Leeg of lege katoenboeren
leuk of leuke katoenboeren
Vet of vette katoenboeren
Snel of snelle katoenboeren
Wit of witte katoenboeren
Klein of kleine katoenboeren
Rood of rode katoenboeren
Dik of dikke katoenboeren
Oud of oude katoenboeren
Goed of goede katoenboeren
Wat rijmt er op katoenboeren
Elk of elke: Elk katoenboeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat katoenboeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons katoenboeren
Wat rijmt er op katoenboeren
Oefening van de dag



