De of het kennen?
Het kennen
Is het de of het kennen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het kennen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: know
Deutsch: kennt | Bekijk of het der of die kennt is.
Français: savoir | Bekijk of het Le o La savoir is.
Jou of jouw: jouw kennen
Buigings-e:
Mooi of mooie kennen
Groot of grote kennen
Half of halve kennen
Grappig of grappige kennen
Leeg of lege kennen
leuk of leuke kennen
Vet of vette kennen
Snel of snelle kennen
Wit of witte kennen
Klein of kleine kennen
Rood of rode kennen
Dik of dikke kennen
Oud of oude kennen
Goed of goede kennen
Wat rijmt er op kennen
Elk of elke: Elk kennen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat kennen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons kennen
Wat rijmt er op kennen
onderkennen - miskennen - toekennen -
Buigings-e:
Mooi of mooie kennen
Groot of grote kennen
Half of halve kennen
Grappig of grappige kennen
Leeg of lege kennen
leuk of leuke kennen
Vet of vette kennen
Snel of snelle kennen
Wit of witte kennen
Klein of kleine kennen
Rood of rode kennen
Dik of dikke kennen
Oud of oude kennen
Goed of goede kennen
Wat rijmt er op kennen
Elk of elke: Elk kennen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat kennen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons kennen
Wat rijmt er op kennen
onderkennen - miskennen - toekennen -
Oefening van de dag



