De of het kerkkoor?
Het kerkkoor
Is het de of het kerkkoor
In de Nederlandse taal gebruiken wij het kerkkoor.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: church choir
Deutsch: Kirchenchor | Bekijk of het der of die Kirchenchor is.
Français: chorale de l'église | Bekijk of het Le o La chorale de l'église is.
Jou of jouw: jouw kerkkoor
Buigings-e:
Mooi of mooie kerkkoor
Groot of grote kerkkoor
Half of halve kerkkoor
Grappig of grappige kerkkoor
Leeg of lege kerkkoor
leuk of leuke kerkkoor
Vet of vette kerkkoor
Snel of snelle kerkkoor
Wit of witte kerkkoor
Klein of kleine kerkkoor
Rood of rode kerkkoor
Dik of dikke kerkkoor
Oud of oude kerkkoor
Goed of goede kerkkoor
Wat rijmt er op kerkkoor
Elk of elke: Elk kerkkoor
Aanwijzend voornaamwoord: Dat kerkkoor
Bezittelijk voornaamwoord: Ons kerkkoor
Wat rijmt er op kerkkoor
Buigings-e:
Mooi of mooie kerkkoor
Groot of grote kerkkoor
Half of halve kerkkoor
Grappig of grappige kerkkoor
Leeg of lege kerkkoor
leuk of leuke kerkkoor
Vet of vette kerkkoor
Snel of snelle kerkkoor
Wit of witte kerkkoor
Klein of kleine kerkkoor
Rood of rode kerkkoor
Dik of dikke kerkkoor
Oud of oude kerkkoor
Goed of goede kerkkoor
Wat rijmt er op kerkkoor
Elk of elke: Elk kerkkoor
Aanwijzend voornaamwoord: Dat kerkkoor
Bezittelijk voornaamwoord: Ons kerkkoor
Wat rijmt er op kerkkoor
Oefening van de dag



