De of het lagelonenland?
Het lagelonenland
Is het de of het lagelonenland
In de Nederlandse taal gebruiken wij het lagelonenland.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: low-wage country
Deutsch: Niedriglohnland | Bekijk of het der of die Niedriglohnland is.
Français: pays à bas salaires | Bekijk of het Le o La pays à bas salaires is.
Jou of jouw: jouw lagelonenland
Buigings-e:
Mooi of mooie lagelonenland
Groot of grote lagelonenland
Half of halve lagelonenland
Grappig of grappige lagelonenland
Leeg of lege lagelonenland
leuk of leuke lagelonenland
Vet of vette lagelonenland
Snel of snelle lagelonenland
Wit of witte lagelonenland
Klein of kleine lagelonenland
Rood of rode lagelonenland
Dik of dikke lagelonenland
Oud of oude lagelonenland
Goed of goede lagelonenland
Wat rijmt er op lagelonenland
Elk of elke: Elk lagelonenland
Aanwijzend voornaamwoord: Dat lagelonenland
Bezittelijk voornaamwoord: Ons lagelonenland
Wat rijmt er op lagelonenland
Buigings-e:
Mooi of mooie lagelonenland
Groot of grote lagelonenland
Half of halve lagelonenland
Grappig of grappige lagelonenland
Leeg of lege lagelonenland
leuk of leuke lagelonenland
Vet of vette lagelonenland
Snel of snelle lagelonenland
Wit of witte lagelonenland
Klein of kleine lagelonenland
Rood of rode lagelonenland
Dik of dikke lagelonenland
Oud of oude lagelonenland
Goed of goede lagelonenland
Wat rijmt er op lagelonenland
Elk of elke: Elk lagelonenland
Aanwijzend voornaamwoord: Dat lagelonenland
Bezittelijk voornaamwoord: Ons lagelonenland
Wat rijmt er op lagelonenland
Oefening van de dag



