De of het leefkeuken?
De leefkeuken
Is het de of het leefkeuken
In de Nederlandse taal gebruiken wij de leefkeuken.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: living kitchen
Deutsch: Wohnküche | Bekijk of het der of die Wohnküche is.
Français: cuisine à vivre | Bekijk of het Le o La cuisine à vivre is.
Jou of jouw: jouw leefkeuken
Buigings-e:
Mooi of mooie leefkeuken
Groot of grote leefkeuken
Half of halve leefkeuken
Grappig of grappige leefkeuken
Leeg of lege leefkeuken
leuk of leuke leefkeuken
Vet of vette leefkeuken
Snel of snelle leefkeuken
Wit of witte leefkeuken
Klein of kleine leefkeuken
Rood of rode leefkeuken
Dik of dikke leefkeuken
Oud of oude leefkeuken
Goed of goede leefkeuken
Wat rijmt er op leefkeuken
Elk of elke: Elke leefkeuken
Aanwijzend voornaamwoord: Die leefkeuken
Bezittelijk voornaamwoord: Onze leefkeuken
Wat rijmt er op leefkeuken
Buigings-e:
Mooi of mooie leefkeuken
Groot of grote leefkeuken
Half of halve leefkeuken
Grappig of grappige leefkeuken
Leeg of lege leefkeuken
leuk of leuke leefkeuken
Vet of vette leefkeuken
Snel of snelle leefkeuken
Wit of witte leefkeuken
Klein of kleine leefkeuken
Rood of rode leefkeuken
Dik of dikke leefkeuken
Oud of oude leefkeuken
Goed of goede leefkeuken
Wat rijmt er op leefkeuken
Elk of elke: Elke leefkeuken
Aanwijzend voornaamwoord: Die leefkeuken
Bezittelijk voornaamwoord: Onze leefkeuken
Wat rijmt er op leefkeuken
Oefening van de dag



