De of het leerbeperking?
De leerbeperking
Is het de of het leerbeperking
In de Nederlandse taal gebruiken wij de leerbeperking.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: learning disabilities
Jou of jouw: jouw leerbeperking
Buigings-e:
Mooi of mooie leerbeperking
Groot of grote leerbeperking
Half of halve leerbeperking
Grappig of grappige leerbeperking
Leeg of lege leerbeperking
leuk of leuke leerbeperking
Vet of vette leerbeperking
Snel of snelle leerbeperking
Wit of witte leerbeperking
Klein of kleine leerbeperking
Rood of rode leerbeperking
Dik of dikke leerbeperking
Oud of oude leerbeperking
Goed of goede leerbeperking
Wat rijmt er op leerbeperking
Elk of elke: Elke leerbeperking
Aanwijzend voornaamwoord: Die leerbeperking
Bezittelijk voornaamwoord: Onze leerbeperking
Wat rijmt er op leerbeperking
Buigings-e:
Mooi of mooie leerbeperking
Groot of grote leerbeperking
Half of halve leerbeperking
Grappig of grappige leerbeperking
Leeg of lege leerbeperking
leuk of leuke leerbeperking
Vet of vette leerbeperking
Snel of snelle leerbeperking
Wit of witte leerbeperking
Klein of kleine leerbeperking
Rood of rode leerbeperking
Dik of dikke leerbeperking
Oud of oude leerbeperking
Goed of goede leerbeperking
Wat rijmt er op leerbeperking
Elk of elke: Elke leerbeperking
Aanwijzend voornaamwoord: Die leerbeperking
Bezittelijk voornaamwoord: Onze leerbeperking
Wat rijmt er op leerbeperking
Oefening van de dag



