De of het lessentabel?
De lessentabel
Is het de of het lessentabel
In de Nederlandse taal gebruiken wij de lessentabel.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: Lessons Table
Deutsch: Lessons Tisch | Bekijk of het der of die Lessons Tisch is.
Français: table Leçons | Bekijk of het Le o La table Leçons is.
Jou of jouw: jouw lessentabel
Buigings-e:
Mooi of mooie lessentabel
Groot of grote lessentabel
Half of halve lessentabel
Grappig of grappige lessentabel
Leeg of lege lessentabel
leuk of leuke lessentabel
Vet of vette lessentabel
Snel of snelle lessentabel
Wit of witte lessentabel
Klein of kleine lessentabel
Rood of rode lessentabel
Dik of dikke lessentabel
Oud of oude lessentabel
Goed of goede lessentabel
Wat rijmt er op lessentabel
Elk of elke: Elke lessentabel
Aanwijzend voornaamwoord: Die lessentabel
Bezittelijk voornaamwoord: Onze lessentabel
Wat rijmt er op lessentabel
Buigings-e:
Mooi of mooie lessentabel
Groot of grote lessentabel
Half of halve lessentabel
Grappig of grappige lessentabel
Leeg of lege lessentabel
leuk of leuke lessentabel
Vet of vette lessentabel
Snel of snelle lessentabel
Wit of witte lessentabel
Klein of kleine lessentabel
Rood of rode lessentabel
Dik of dikke lessentabel
Oud of oude lessentabel
Goed of goede lessentabel
Wat rijmt er op lessentabel
Elk of elke: Elke lessentabel
Aanwijzend voornaamwoord: Die lessentabel
Bezittelijk voornaamwoord: Onze lessentabel
Wat rijmt er op lessentabel
Oefening van de dag



