De of het levensmiddel?
Het levensmiddel
Is het de of het levensmiddel
In de Nederlandse taal gebruiken wij het levensmiddel.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: food
Deutsch: Nahrungsmittel | Bekijk of het der of die Nahrungsmittel is.
Français: alimentaire | Bekijk of het Le o La alimentaire is.
Jou of jouw: jouw levensmiddel
Buigings-e:
Mooi of mooie levensmiddel
Groot of grote levensmiddel
Half of halve levensmiddel
Grappig of grappige levensmiddel
Leeg of lege levensmiddel
leuk of leuke levensmiddel
Vet of vette levensmiddel
Snel of snelle levensmiddel
Wit of witte levensmiddel
Klein of kleine levensmiddel
Rood of rode levensmiddel
Dik of dikke levensmiddel
Oud of oude levensmiddel
Goed of goede levensmiddel
Wat rijmt er op levensmiddel
Elk of elke: Elk levensmiddel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat levensmiddel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons levensmiddel
Wat rijmt er op levensmiddel
Buigings-e:
Mooi of mooie levensmiddel
Groot of grote levensmiddel
Half of halve levensmiddel
Grappig of grappige levensmiddel
Leeg of lege levensmiddel
leuk of leuke levensmiddel
Vet of vette levensmiddel
Snel of snelle levensmiddel
Wit of witte levensmiddel
Klein of kleine levensmiddel
Rood of rode levensmiddel
Dik of dikke levensmiddel
Oud of oude levensmiddel
Goed of goede levensmiddel
Wat rijmt er op levensmiddel
Elk of elke: Elk levensmiddel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat levensmiddel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons levensmiddel
Wat rijmt er op levensmiddel
Oefening van de dag



