De of het liplezen?
Het liplezen
Is het de of het liplezen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het liplezen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: lip-read
Deutsch: Lippen ablesen | Bekijk of het der of die Lippen ablesen is.
Français: lire sur les lèvres | Bekijk of het Le o La lire sur les lèvres is.
Jou of jouw: jouw liplezen
Buigings-e:
Mooi of mooie liplezen
Groot of grote liplezen
Half of halve liplezen
Grappig of grappige liplezen
Leeg of lege liplezen
leuk of leuke liplezen
Vet of vette liplezen
Snel of snelle liplezen
Wit of witte liplezen
Klein of kleine liplezen
Rood of rode liplezen
Dik of dikke liplezen
Oud of oude liplezen
Goed of goede liplezen
Wat rijmt er op liplezen
Elk of elke: Elk liplezen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat liplezen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons liplezen
Wat rijmt er op liplezen
Buigings-e:
Mooi of mooie liplezen
Groot of grote liplezen
Half of halve liplezen
Grappig of grappige liplezen
Leeg of lege liplezen
leuk of leuke liplezen
Vet of vette liplezen
Snel of snelle liplezen
Wit of witte liplezen
Klein of kleine liplezen
Rood of rode liplezen
Dik of dikke liplezen
Oud of oude liplezen
Goed of goede liplezen
Wat rijmt er op liplezen
Elk of elke: Elk liplezen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat liplezen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons liplezen
Wat rijmt er op liplezen
Oefening van de dag



