De of het nadoen?
Het nadoen
Is het de of het nadoen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het nadoen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: imitate
Deutsch: imitieren | Bekijk of het der of die imitieren is.
Français: imiter | Bekijk of het Le o La imiter is.
Jou of jouw: jouw nadoen
Buigings-e:
Mooi of mooie nadoen
Groot of grote nadoen
Half of halve nadoen
Grappig of grappige nadoen
Leeg of lege nadoen
leuk of leuke nadoen
Vet of vette nadoen
Snel of snelle nadoen
Wit of witte nadoen
Klein of kleine nadoen
Rood of rode nadoen
Dik of dikke nadoen
Oud of oude nadoen
Goed of goede nadoen
Wat rijmt er op nadoen
Elk of elke: Elk nadoen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat nadoen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons nadoen
Wat rijmt er op nadoen
achternadoen -
Buigings-e:
Mooi of mooie nadoen
Groot of grote nadoen
Half of halve nadoen
Grappig of grappige nadoen
Leeg of lege nadoen
leuk of leuke nadoen
Vet of vette nadoen
Snel of snelle nadoen
Wit of witte nadoen
Klein of kleine nadoen
Rood of rode nadoen
Dik of dikke nadoen
Oud of oude nadoen
Goed of goede nadoen
Wat rijmt er op nadoen
Elk of elke: Elk nadoen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat nadoen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons nadoen
Wat rijmt er op nadoen
achternadoen -
Oefening van de dag



