De of het notificeren?
Het notificeren
Is het de of het notificeren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het notificeren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: notify
Deutsch: benachrichtigen | Bekijk of het der of die benachrichtigen is.
Français: notifier | Bekijk of het Le o La notifier is.
Jou of jouw: jouw notificeren
Buigings-e:
Mooi of mooie notificeren
Groot of grote notificeren
Half of halve notificeren
Grappig of grappige notificeren
Leeg of lege notificeren
leuk of leuke notificeren
Vet of vette notificeren
Snel of snelle notificeren
Wit of witte notificeren
Klein of kleine notificeren
Rood of rode notificeren
Dik of dikke notificeren
Oud of oude notificeren
Goed of goede notificeren
Wat rijmt er op notificeren
Elk of elke: Elk notificeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat notificeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons notificeren
Wat rijmt er op notificeren
Buigings-e:
Mooi of mooie notificeren
Groot of grote notificeren
Half of halve notificeren
Grappig of grappige notificeren
Leeg of lege notificeren
leuk of leuke notificeren
Vet of vette notificeren
Snel of snelle notificeren
Wit of witte notificeren
Klein of kleine notificeren
Rood of rode notificeren
Dik of dikke notificeren
Oud of oude notificeren
Goed of goede notificeren
Wat rijmt er op notificeren
Elk of elke: Elk notificeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat notificeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons notificeren
Wat rijmt er op notificeren
Oefening van de dag



