De of het nutsvoorziening?
De nutsvoorziening
Is het de of het nutsvoorziening
In de Nederlandse taal gebruiken wij de nutsvoorziening.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: utilities
Deutsch: Versorgungsunternehmen | Bekijk of het der of die Versorgungsunternehmen is.
Français: utilitaires | Bekijk of het Le o La utilitaires is.
Jou of jouw: jouw nutsvoorziening
Buigings-e:
Mooi of mooie nutsvoorziening
Groot of grote nutsvoorziening
Half of halve nutsvoorziening
Grappig of grappige nutsvoorziening
Leeg of lege nutsvoorziening
leuk of leuke nutsvoorziening
Vet of vette nutsvoorziening
Snel of snelle nutsvoorziening
Wit of witte nutsvoorziening
Klein of kleine nutsvoorziening
Rood of rode nutsvoorziening
Dik of dikke nutsvoorziening
Oud of oude nutsvoorziening
Goed of goede nutsvoorziening
Wat rijmt er op nutsvoorziening
Elk of elke: Elke nutsvoorziening
Aanwijzend voornaamwoord: Die nutsvoorziening
Bezittelijk voornaamwoord: Onze nutsvoorziening
Wat rijmt er op nutsvoorziening
Buigings-e:
Mooi of mooie nutsvoorziening
Groot of grote nutsvoorziening
Half of halve nutsvoorziening
Grappig of grappige nutsvoorziening
Leeg of lege nutsvoorziening
leuk of leuke nutsvoorziening
Vet of vette nutsvoorziening
Snel of snelle nutsvoorziening
Wit of witte nutsvoorziening
Klein of kleine nutsvoorziening
Rood of rode nutsvoorziening
Dik of dikke nutsvoorziening
Oud of oude nutsvoorziening
Goed of goede nutsvoorziening
Wat rijmt er op nutsvoorziening
Elk of elke: Elke nutsvoorziening
Aanwijzend voornaamwoord: Die nutsvoorziening
Bezittelijk voornaamwoord: Onze nutsvoorziening
Wat rijmt er op nutsvoorziening
Oefening van de dag



