De of het omkijken?
Het omkijken
Is het de of het omkijken
In de Nederlandse taal gebruiken wij het omkijken.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: look around
Deutsch: umschauen | Bekijk of het der of die umschauen is.
Français: regarder autour | Bekijk of het Le o La regarder autour is.
Jou of jouw: jouw omkijken
Buigings-e:
Mooi of mooie omkijken
Groot of grote omkijken
Half of halve omkijken
Grappig of grappige omkijken
Leeg of lege omkijken
leuk of leuke omkijken
Vet of vette omkijken
Snel of snelle omkijken
Wit of witte omkijken
Klein of kleine omkijken
Rood of rode omkijken
Dik of dikke omkijken
Oud of oude omkijken
Goed of goede omkijken
Wat rijmt er op omkijken
Elk of elke: Elk omkijken
Aanwijzend voornaamwoord: Dat omkijken
Bezittelijk voornaamwoord: Ons omkijken
Wat rijmt er op omkijken
achteromkijken -
Buigings-e:
Mooi of mooie omkijken
Groot of grote omkijken
Half of halve omkijken
Grappig of grappige omkijken
Leeg of lege omkijken
leuk of leuke omkijken
Vet of vette omkijken
Snel of snelle omkijken
Wit of witte omkijken
Klein of kleine omkijken
Rood of rode omkijken
Dik of dikke omkijken
Oud of oude omkijken
Goed of goede omkijken
Wat rijmt er op omkijken
Elk of elke: Elk omkijken
Aanwijzend voornaamwoord: Dat omkijken
Bezittelijk voornaamwoord: Ons omkijken
Wat rijmt er op omkijken
achteromkijken -
Oefening van de dag



