De of het ongelezen?
Het ongelezen
Is het de of het ongelezen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het ongelezen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: unread
Deutsch: ungelesen | Bekijk of het der of die ungelesen is.
Français: non lu | Bekijk of het Le o La non lu is.
Jou of jouw: jouw ongelezen
Buigings-e:
Mooi of mooie ongelezen
Groot of grote ongelezen
Half of halve ongelezen
Grappig of grappige ongelezen
Leeg of lege ongelezen
leuk of leuke ongelezen
Vet of vette ongelezen
Snel of snelle ongelezen
Wit of witte ongelezen
Klein of kleine ongelezen
Rood of rode ongelezen
Dik of dikke ongelezen
Oud of oude ongelezen
Goed of goede ongelezen
Wat rijmt er op ongelezen
Elk of elke: Elk ongelezen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ongelezen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ongelezen
Wat rijmt er op ongelezen
Buigings-e:
Mooi of mooie ongelezen
Groot of grote ongelezen
Half of halve ongelezen
Grappig of grappige ongelezen
Leeg of lege ongelezen
leuk of leuke ongelezen
Vet of vette ongelezen
Snel of snelle ongelezen
Wit of witte ongelezen
Klein of kleine ongelezen
Rood of rode ongelezen
Dik of dikke ongelezen
Oud of oude ongelezen
Goed of goede ongelezen
Wat rijmt er op ongelezen
Elk of elke: Elk ongelezen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ongelezen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ongelezen
Wat rijmt er op ongelezen
Oefening van de dag



